Dutch |English nl | en
Home>Kennis & Nieuws > Overzicht > Vliegen kweken in een zeecontainer
Vliegen kweken in een zeecontainer Iv-Industrie

Het wereldwijde eiwittenprobleem

Een larvenkwekerij voor pluimveehouders. Dat is het idee van Walter Jansen van Amusca. Die eiwitrijke babyhuisvliegjes zijn een prima oplossing voor het wereldwijde eiwittenprobleem en blijken ook nog eens prima afvalverwerkers. Maar hoe ontwerp je zo’n kwekerij? De zoektocht van Walter eindigt na tien jaar bij Iv-Industrie. “Gek dat ik niet eerder aan hen heb gedacht.”

Hij weet het niet meer. Het ontwerp dat hij heeft bedacht, blijkt na twee testen niet te werken. Dierkundige Walter Jansen staat erbij en kijkt ernaar. Tien jaar is hij al bezig met zijn larvenkwekerij, vertelt hij aan een vriend die hij kent van de roeiclub. Ga eens praten bij Iv-Industrie, tipt die. Maisha Verhoek, lead process engineer bij Iv-Industrie, weet nog hoe Walter met zijn tekeningen voor haar stond. “We hebben die kritisch bekeken. Met name het procestechnisch design. Zijn er geen scherpe randjes of draaiende onderdelen? Komen de larven nergens vast te zitten? Je hebt te maken met een levend en heel fragiel organisme”, licht Maisha toe. “Gek toch, dat ik niet eerder aan Iv-Industrie heb gedacht?”, zegt Walter. “Alle losse elementen van de larvenkweekunit komen daar bij elkaar. Ze hebben verstand van koeling, procesoptimalisatie, menselijke voeding, wetgeving, veiligheidseisen en engineering. Dat sluit precies bij onze specialistische kennis aan. We hebben echt samen naar een oplossing gezocht. En ik weet nu precies wat eraan scheelt.”

Hap van een minister

Zijn idee begint bij het zien van minister Gerda Verburg (tussen 2007 en 2010 minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit in het kabinet-Balkenende IV) die een hap neemt van een insect tijdens de jaarlijkse Binnenhof Barbecue, vertelt Walter.  Walter denkt: wacht even, het kan dus toch. Zijn bedrijf ontwikkelt veevoer. Daarbij werkt hij al met algen, bacteriën en schimmels. Maar insecten...nee, die mag hij niet gebruiken. Het is sinds de gekkekoeienziekte (BSE) verboden om dieren te voeren met dierlijke eiwitten. “In veevoer zat diermeel van vermalen slachtafval van zoogdieren of pluimvee, en dat was de grote boosdoener van BSE. Niemand heeft toen bij dat verbod nagedacht over het maken van een uitzondering voor insecten. Van insecten mag je wel voer voor vissen, honden en katten maken.” 

Insecten als halt tegen houtkap

Volgens de wet mag je dus geen verwerkte insecten aan dieren voeren. Hierin staat echter niks over het voeren van levende insecten. Zo ontstond het idee om een larvenkwekerij te beginnen. Larven zitten boordevol eiwitten. En landbouwdieren hebben eiwitten nodig om te kunnen groeien. Daarom voeren we ze met eiwitrijk sojameel. Voor al die soja moet steeds meer regenwoud wijken. Insecten kunnen die houtkap een halt toeroepen. En daarmee zijn ze niet alleen de oplossing om het wereldwijde eiwittenprobleem binnen de landbouwdierenwereld op te lossen, maar ook om de tropische ontbossing tegen te gaan. 

Huisvlieg of kakkerlak?

Wereldwijd zijn er zes miljoen insectensoorten. Na een ferme schifting blijven er twee over: de huisvlieg en de kakkerlak, en van die laatste dan met name de Red Runner en de sissende kakkerlak. “Kakkerlakken zijn extra interessant,” vertelt Walter, “omdat ze – naast dat ze een bron van eiwitten zijn – veel meer chitine bevatten dan de larven van de huisvlieg. Kakkerlakken vervellen, waarbij iedere keer nieuwe hoeveelheden chitine vrijkomen. Die insectenskeletbouwstof kun je gebruiken voor tal van toepassingen binnen de geneeskunde, waterzuivering, voedingsadditieven, verpakkingen en fabricage van nieuwe materialen. Het kan zelfs dienen als grondstof voor bioplastics. Maar mensen vinden kakkerlakken eng en smerig. Stel je voor dat ze uitbreken en overlast veroorzaken in een aangrenzende wijk... Dat is een risico.” 

Musca Domestica

Resteert de huisvlieg, de Musca Domestica. Zie hier de link naar de naam van zijn bedrijf. “Met een A ervoor, want ja, dan sta je voorin het telefoonboek, als mensen dat nog gebruiken”, zegt Walter lachend. We kennen de huisvlieg allemaal. Sterker, er kriskrast er zoemend elke dag wel eentje thuis om je heen. Ze zijn overal waar mensen zijn, maar echt gezellige huisdieren vinden we ze niet. Huisvliegen hebben geen hoge aaibaarheidsfactor. Ziekteverspreiders en irritante lastigvallers zijn het, en gek op afval. Maar vooral ook vliegende eiwitbommetjes. 

Huisvliegkwekerij

Walter bedenkt een huisvlieglarvenkwekerij. “Insectenkweek bestond negen jaar geleden nog niet. Ik heb vooraf goed naar het gedrag van de huisvlieg gekeken, in samenspraak met dierenorganisaties. In alles heb ik bij het ontwerp rekening gehouden met de rechten van de vlieg.” Investeerders voor zijn plan vindt hij snel: diervoederfabrikant Denkavit en afvalverwerker Sita. Naast de afvalverbrandingsovens van het Amsterdamse AEB moet een proefkwekerij met vliegenlarven van huisvliegen komen. In die kwekerij gaan etensresten en gft-afval. Eitjes erbij, waaruit even later de larven ontpoppen. “Die larven knabbelen hun buikjes rond aan eiwitten en ander afvallekkers. De larven laat je inslapen en verdrogen, en daarvan kun je eiwitrijke honden- en kattenbrokken en visvoer maken.” Ook fijn: de larven zetten het gft-afval binnen drie tot vier dagen om in compost in plaats van twee weken, wat de normale tijd van vercomposting is. Vliegenlarven zijn noeste afvalverwerkers. Twintig miljoen kost het plan dat na vele jaren voorbereiding alsnog in 2014 sneuvelt. “De investeerders durven het vanwege de strenge wetgeving toch niet aan.” 

Larven voor kippen

Stoppen? Nee, natuurlijk niet. Met een aangepast concept vindt Walter een nieuwe investeerder. “Ik heb die larvenkwekerij kleiner en volautomatisch gemaakt. Zo kan elke pluimveehouder die binnen zijn investeringsplafond installeren. Een PLC (programmable logic controller)-computerprogramma stuurt alles op afstand aan. Elke larvenkwekerij staat met alle andere in verbinding, of die nu in Barneveld of Bogota resideert. Hij leert en adapteert realtime.” Ja, de kwekerij is speciaal voor pluimveehouders. Kippen zijn van nature insecteneters, vertelt hij. “We hebben nooit de kans gehad ze te voeden met voedsel dat ze gewend zijn. Ik heb thuis ook een kip. Dat beest is de hele dag op zoek naar insecten. Daarom gaan ze scharrelen. Koop maar eens vislarven bij een viswinkel, kippen zijn er gek op. Stoppen ze ook meteen met het pikken in andere kippen. Dat doen ze uit verveling. Als je ze eiwitrijke larven voert, gaan ze dus veel meer natuurlijk gedrag vertonen. Daarbij is het chitine uit die larven bacteriedodend. De kip blijft gezonder. De kippenmest kun je weer gebruiken als basis om nieuwe vliegen te kweken.”

Drie zeecontainers

De volledig automatische larvenkwekerij van Amusca bestaat, heel plat gezegd, uit drie zeecontainers van elk zeventien meter. Een ruimte fungeert als speel- en slaapkamer van de huisvliegen. Van daaruit gaan de eitjes naar de kraamkamer. “Uit die eitjes kruipen de larven, die we voeren met restproducten uit de bier- en suikerindustrie. En echt, die larven groeien als kool. Hebben ze eerst samen het gewicht van een kat, na vier dagen zijn ze zo zwaar als vier koeien. Na drie dagen draaien we ze uit - voordat ze gaan ontpoppen tot vliegen - en voeren we ze aan kippen.” Met zo’n ‘larvenfabriek’ kan een kippenboer jaarlijks 70.000 tot 100.000 kippen voeren. Daarvoor heeft hij plusminus zes miljoen vliegen nodig, de helft mannetjes en de helft vrouwtjes. Elke vrouwtjesvlieg legt elke dag gemiddeld dertig eitjes. Reken maar uit, goed voor dagelijks negentig miljoen eitjes. 

Eenvoudige (de)montage

En dan gaat het dus na twee testen fout. Bij Iv-Industrie checken ze vervolgens de ontwerptekening op alle mogelijke onderdelen. Functionaliteit, maakbaarheid en onderhoud. Kan het ontwerp echt waarmaken waarvoor het is bedacht? Is er voor het juiste materiaal gekozen? Kunnen de onderdelen de veronderstelde belasting aan en zijn die eenvoudig te (de)monteren? “Onderdelen die je regelmatig moet schoonmaken of waarop je slijtageonderdelen wilt vastzetten, moeten wel eenvoudig toegankelijk zijn, en gemakkelijk ge(de)monteerd kunnen worden”, vertelt Maisha. ”Vaak kun je verschillende, sterk op elkaar lijkende onderdelen zo aanpassen dat je uiteindelijk maar één variant nodig hebt, die je op meerdere plekken kunt gebruiken. Dat maakt de productie goedkoper en montage eenvoudiger.”
 

Luchtvochtigheid van de kraamkamer

Walter heeft met name vragen over de koeling van de larvenkraamkamer. Een dubbelwandige ton, waarbij tussen die wanden water stroomt. Maar zijn dat voldoende liters om te voorkomen dat de temperatuur binnen die ton boven de 37 graden komt? Larven zijn eiwitten, die moeten niet gaan koken. Walter: ”Ook belangrijk is de luchtvochtigheid van de vliegenkraamkamer waar de huisvliegen hun eitjes leggen. Daarin hangen enkele vochtige doeken om voor de optimale luchtvochtigheid van 70% te zorgen. Als die hoger wordt, krijg je schimmel op de larven.” 

Geloof

Een duidelijk advies aan Walter luidde: zorg voor goede samenstellings- en werkplaatstekeningen waarmee je een prototype kunt fabriceren. “Eventuele kinderziektes kun je daarmee makkelijk oplossen, waarna je een revisietekening maakt”, zegt Maisha. ”Daarmee kan je de installatie overal ter wereld fabriceren, monteren en in gebruik nemen. Dit scheelt het in voorraad houden en transporteren van onderdelen. Walter beaamt: ”Het ontwerpen van zo’n kwekerij moet je aan experts overlaten, blijkt wel weer eens. Wij zijn biologen, geen engineers.” Natuurlijk kende hij de naam Iv-Industrie. Maar daar hebben ze toch alleen verstand van het bouwen van olie-, en gasplatformen, dacht hij. En van chemie, farma en food? Maisha: “Een proces is een proces. Of het nou gaat over olie, melk of larven. Een belangrijk verschil: larven leven. Dat vraagt om een andere benadering dan bij een vloeistof of vaste stof. Dat maakte het voor ons een leuke uitdaging.”

Walter hoopt dat de partij die de larvenkweekunit heeft gebouwd, de aanbevelingen van Iv-Industrie snel ter harte neemt, zodat hij na tien jaar eindelijk de eerste ‘larvenfabriek’ kan installeren. Walter: ”Als ik vooraf had geweten dat het zolang zou duren was ik er vast niet mee begonnen. Maar dat is ook de sleutel tot ondernemen: je moet gewoon doorgaan, je moet geloven. En dat geloof ben ik nimmer verloren!” 

Wil je meer weten over de mogelijkheden voor jouw vraagstuk? Ruud denkt graag met je mee over de mogelijkheden. Neem contact op via 088 943 3700 of stuur een mail.
Wij zijn altijd op zoek naar nieuw talent. Hoe kan jij ons versterken? Werken bij Iv betekent elke dag werken aan uitdagende en afwisselende projecten. Op kantoor of op locatie. Bekijk snel of er in jouw specialisme een uitdaging te vinden is!